ECLI:NL:RBDHA:2021:6290
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfsvergunning op niet-tijdelijke humanitaire gronden na overlijden echtgenoot
Eiseres, een Armeense vrouw die sinds 2010 in Nederland verblijft, verzocht om wijziging van haar verblijfsvergunning naar niet-tijdelijke humanitaire gronden na het overlijden van haar echtgenoot in 2018. Verweerder trok haar verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in en wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf na overlijden van de verblijfgever.
Eiseres stelde dat zij recht had op bescherming van haar gezins- en privéleven op grond van artikel 8 EVRM Pro, onder meer vanwege haar relatie met haar dochter en de wens het graf van haar overleden echtgenoot te kunnen bezoeken. Zij overlegde een kopie van de geboorteakte van haar dochter, maar verweerder stelde dat de familierechtelijke relatie niet was aangetoond omdat een originele geboorteakte ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs leverde van de familierechtelijke relatie en dat het familieleven met haar echtgenoot door diens overlijden was beëindigd. De wens om het graf te bezoeken vormde geen bijzondere omstandigheid die afweek van het beleid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.