Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[Naam 1] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Syrische nationaliteit, verzocht om verblijf in Nederland als familielid van zijn broer, de referent. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser zijn identiteit niet kon aantonen met officiële documenten en ook geen bewijsnood aannemelijk maakte. De overgelegde verlopen documenten en een familieboekje boden geen substantieel bewijs.
Eiser voerde aan dat hij door de oorlogssituatie en afhankelijkheid van zijn ouders geen identiteitskaart kon aanvragen, en dat verweerder ten onrechte geen bewijsnood aannam. Verweerder stelde dat de verklaring van de referent dat de identiteitskaart waarschijnlijk thuis was achtergelaten, als bewijs diende dat eiser niet in bewijsnood verkeerde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht niet toekomt aan de beoordeling van de familierelatie omdat de identiteit van eiser niet is vastgesteld. Er was geen strijd met de hoorplicht en verweerder hoefde geen DNA-onderzoek aan te bieden. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het niet aannemelijk maken van de identiteit en het ontbreken van een vastgestelde familierelatie.