Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft op 16 december 2018 een asielaanvraag ingediend. De rechtbank Rotterdam oordeelde op 26 september 2019 dat verweerder niet tijdig had beslist en gaf een opdracht tot hoorzitting met een dwangsom van maximaal € 15.000.
Verweerder heeft deze opdracht niet opgevolgd, waardoor eiser beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen, ondanks de wettelijke termijn van 21 maanden uit de Procedurerichtlijn die ruimschoots is overschreden.
De rechtbank houdt rekening met bijzondere omstandigheden, zoals de coronapandemie, maar stelt dat verweerder binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog moet beslissen. Voor elke dag overschrijding wordt een dwangsom van € 200 opgelegd, met een maximum van € 7.500.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 267. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier N.M.L. van der Kammen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.