ECLI:NL:RBDHA:2021:6415
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag omzetbelasting en teruggaafbeschikking vernietigd wegens onvoldoende bewijs niet-aftrekbare voorbelasting
Eiser exploiteert een eenmanszaak als klussenbedrijf en bracht voorbelasting in aftrek op materialen die hij bij een leverancier had ingekocht. Verweerder legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op met boete en rente, en wees een verzoek om teruggaaf af. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de ingekochte materialen niet voor belaste handelingen zijn gebruikt. De stelling dat de materialen ongeschikt zouden zijn voor de werkzaamheden van eiser is onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank constateert dat eiser met de facturen in beginsel aan zijn bewijslast heeft voldaan en dat verweerder onvoldoende bewijs heeft geleverd om de aftrek van voorbelasting te ontkennen. Ook is de hoorplicht geschonden doordat verweerder niet heeft gezorgd voor een hoorzitting, ondanks dat eiser niet akkoord ging met een telefonische hoorzitting.
Verder is de afwijzing van het verzoek om teruggaaf onvoldoende gemotiveerd, omdat het controlerapport waarop verweerder zich baseert niet ziet op het gehele tijdvak van het verzoek. De rechtbank vernietigt daarom de naheffingsaanslag, de boete- en rentebeschikking, en de teruggaafbeschikking, en draagt verweerder op de teruggaaf te verlenen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en teruggaafbeschikking omzetbelasting zijn vernietigd en teruggaaf wordt verleend.