Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], eiseres,
[naam 2], [naam 3]en
[naam 4],
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een vrouw van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht asiel in Nederland met het argument dat zij in Nigeria werd bedreigd door een criminele bende en dat haar dochter bij terugkeer een reëel risico loopt op vrouwelijke genitale verminking (besnijdenis).
De staatssecretaris wees haar aanvraag af vanwege inconsistenties in haar verklaringen, het ontbreken van ondersteunende documenten en onvoldoende bewijs voor het risico op besnijdenis van haar dochter. De rechtbank stelde vast dat eiseres tijdens het nader gehoor wezenlijk andere verklaringen gaf dan bij het aanmeldgehoor, zonder deze te corrigeren. Ook was er geen medische onderbouwing voor haar psychische klachten die haar inconsistenties zouden verklaren.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij een reëel risico loopt vanwege de bende, mede door vaagheid over details en onwaarschijnlijkheden in haar verhaal. Daarnaast bleek uit het ambtsbericht en andere rapporten dat vrouwelijke genitale verminking in Nigeria strafbaar is en dat het risico voor haar dochter niet substantieel is, zeker gezien de uitgesproken tegenstand van eiseres en haar partner tegen besnijdenis.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep op de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid en onvoldoende aannemelijk risico op besnijdenis dochter.