ECLI:NL:RBDHA:2021:6559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens coronamaatregelen en opschorting regeling langeafstandsrelaties
Eiseres, een Marokkaanse nationaliteit, heeft een visum voor kort verblijf aangevraagd om haar partner in Nederland te bezoeken. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen op grond van de Visumcode en de Schengengrenscode vanwege het ontbreken van bewijs voor het doel en de omstandigheden van het verblijf en twijfel over het vertrek uit de EU.
Na bezwaar heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard omdat tijdelijke reisbeperkingen vanwege de coronapandemie golden en de regeling langeafstandsrelaties opgeschort was. De rechtbank toetst ex tunc en oordeelt dat verweerder een ruime beoordelingsmarge heeft bij visumaanvragen en dat het coronarisico een geldige reden is voor afwijzing.
De rechtbank wijst het beroep af omdat eiseres niet onder de uitzonderingen viel en het bestuursorgaan niet hoefde te wachten op mogelijke versoepelingen. Ook is het horen van eiseres achterwege gelaten omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard.