Verzoekster Trinity Vastgoed XVI B.V. heeft een verzoek tot faillietverklaring ingediend tegen verweerder, maat van een maatschap die een beleggingspand aan verzoekster heeft verkocht en een huurovereenkomst met haar is aangegaan. Verzoekster baseert haar vordering op niet-betaalde huur en een vonnis van de kantonrechter van 16 april 2020, waartegen verweerder hoger beroep heeft ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het vorderingsrecht van verzoekster niet summierlijk kan worden vastgesteld vanwege het lopende hoger beroep. Daarnaast is niet voldaan aan de vereisten voor faillietverklaring, zoals de toestand van opgehouden te betalen en pluraliteit van schuldeisers. Verweerder heeft bovendien bankgaranties en betalingsvoorstellen gedaan die verzoekster niet heeft aanvaard.
Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank het voortzetten van het faillissementsverzoek als misbruik van recht. Verzoekster wordt veroordeeld in de proceskosten, die uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.