Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
1). De mensen die hier niets te zoeken hebben niet heeft verwijderd uit de rechtbank en mij
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele zaak, stellende dat de rechter partijdig zou zijn vanwege diverse procedurele en inhoudelijke beslissingen. Zij stelde onder meer dat de rechter onvoldoende rekening hield met haar bewijsstukken en juridische argumenten, en dat zij onrechtvaardig werd behandeld tijdens de zitting.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek en oordeelde dat procedurele beslissingen van een rechter in beginsel geen wrakingsgrond vormen, tenzij deze blijk geven van vooringenomenheid. De kamer vond geen aanwijzingen voor een dergelijke vooringenomenheid. Ook de inhoudelijke keuzes van de rechter kunnen niet als wrakingsgrond dienen, aangezien wraking niet mag worden gebruikt als verkapt rechtsmiddel.
De kamer concludeerde dat de door verzoekster aangevoerde gronden onvoldoende zijn om een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid aan te nemen. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.