ECLI:NL:RBDHA:2021:6810
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken urgent huisvestingsprobleem en redelijke oplossingsmogelijkheden
Eiser vroeg een urgentieverklaring aan bij de gemeente Den Haag na dakloos te zijn geworden door een relatiebreuk en psychische problemen te hebben. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser in een onzelfstandige woonruimte woont, dakloos is of wordt, en psychische problemen heeft die voortvloeien uit deze omstandigheden. Volgens de Huisvestingsverordening en Beleidsregel Den Haag 2019 gelden deze als algemene weigeringsgronden.
Eiser betoogde dat hij wel degelijk een urgent huisvestingsprobleem heeft en dat hij zijn woonprobleem niet redelijkerwijs op een andere wijze kan oplossen. Hij overhandigde medische verklaringen ter onderbouwing. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in staat is een kamer of studio te huren, en dat psychische problemen niet als zelfstandige grond voor urgentie gelden zonder dat de overige voorwaarden zijn vervuld.
De rechtbank benadrukte het grote tekort aan sociale huurwoningen in Den Haag en het belang van strikte voorwaarden voor urgentieverklaringen om de belangen van andere woningzoekenden te beschermen. Ook de hardheidsclausule werd niet toegepast omdat de situatie van eiser niet uitzonderlijk genoeg is.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft de afwijzing van de urgentieverklaring in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.