Eiser plaatste op 7 mei 2019 zijn fiets tegen de muur bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, binnen een gebied waar fietsen alleen in aangewezen stallingen mogen worden geplaatst. De fiets werd gelabeld en na het niet verwijderen binnen de gestelde termijn weggehaald door verweerder. Eiser maakte bezwaar tegen het besluit tot bestuursdwang en stelde dat het wegnemen onrechtmatig was vanwege onvoldoende kenbaarheid van het parkeerverbod en het ontbreken van voldoende stallingsmogelijkheden.
De rechtbank stelt vast dat eiser in overtreding was door de fiets buiten de daarvoor bestemde stallingen te plaatsen. Verweerder was in beginsel bevoegd bestuursdwang toe te passen. Echter, vanwege bouwwerkzaamheden waren stallingen opgeheven en ontbrak ter plaatse duidelijke informatie en zoneborden die het parkeerverbod kenbaar maakten. Hierdoor had verweerder van bestuursdwang moeten afzien.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en bepaalt dat verweerder het betaalde bedrag voor teruggave van de fiets en het griffierecht aan eiser moet vergoeden. Schadevergoeding voor eventuele schade aan de fiets wordt niet toegewezen zonder onderbouwd verzoek.