ECLI:NL:RBDHA:2021:6894
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op Dublin-overdracht naar Italië ondanks medische klachten en kwetsbaarheid
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, diende op 11 november 2020 een asielverzoek in in Nederland. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot op 4 mei 2021 het verzoek niet in behandeling te nemen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en stelde dat zijn overdracht naar Italië een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt vanwege gebrek aan opvang, medische zorg en ondersteuning.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Italië in beginsel geldt en dat eiser onvoldoende feiten heeft aangevoerd om aan te tonen dat hij een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling. De ingebrachte documenten over de situatie van asielzoekers in Italië boden geen overtuigend bewijs van tekortkomingen die het vertrouwensbeginsel ondermijnen.
Daarnaast kon eiser niet aannemelijk maken dat hij als bijzonder kwetsbaar persoon moet worden aangemerkt. Zijn medische dossier toonde wel klachten en een wachtlijst voor een operatie, maar niet dat hij zonder aanvullende garanties geen adequate zorg in Italië kan krijgen. De rechtbank stelde dat de Staatssecretaris passende maatregelen kan nemen indien de situatie wijzigt.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht naar Italië wordt ongegrond verklaard.