ECLI:NL:RBDHA:2021:7138
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 28 mei 2021 waarbij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvraag niet in behandeling nam, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank oordeelt dat het besluit zorgvuldig is genomen, ondanks dat de zienswijze van eiser buiten de gestelde termijn werd ingediend en het besluit en de zienswijze elkaar kruisten.
Verder stelde eiser dat het gehoor ten onrechte met een niet-registertolk Pidgin Engels plaatsvond, terwijl er geen registertolk beschikbaar was. De rechtbank stelt vast dat verweerder de motivering voor het gebruik van een niet-registertolk voldoende heeft gegeven en dat de spoed in Dublinzaken dit rechtvaardigde. Eiser kon het gehoor goed volgen en heeft geen onduidelijkheden naar voren gebracht.
Ten slotte vreest eiser voor indirect réfoulement omdat Duitsland een afwijzende beschikking gaf. De rechtbank oordeelt dat Duitsland met het claimakkoord heeft gegarandeerd dat het asielverzoek zorgvuldig wordt behandeld en dat het verbod op réfoulement wordt gerespecteerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.