ECLI:NL:RBDHA:2021:7277

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 juli 2021
Publicatiedatum
13 juli 2021
Zaaknummer
NL21.7716
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 DublinverordeningArt. 13 DublinverordeningProcedurerichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.

De rechtbank bevestigt dat Spanje verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat Spanje de Europese asielrichtlijnen naleeft. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd om aan te tonen dat Spanje deze verplichtingen niet nakomt.

Verder oordeelt de rechtbank dat de verklaringen van eiser geen aanleiding geven om af te wijken van de standaardprocedure en dat eiser bij de Spaanse autoriteiten moet klagen indien hij tekortkomingen ervaart. De rechtbank wijst erop dat de Procedurerichtlijn geen recht op kosteloze rechtsbijstand garandeert.

Daarom is er geen reden om de asielmotieven inhoudelijk te behandelen in Nederland en wordt het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet inhoudelijk in Nederland behandeld omdat Spanje verantwoordelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.7716
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J.A. Tegenbosch), en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.F. van der Lubbe).

Procesverloop

Bij besluit van 18 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.7717, op 2 juli 2021 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming.
2. Met de aanvaarding van het overnameverzoek, onder verwijzing naar artikel 13 van Pro de Dublinverordening, hebben de Spaanse autoriteiten toegezegd dat zij het asielverzoek van eiser in behandeling zullen nemen. Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel moet ervan uit worden gegaan dat zij dat zullen doen met inachtneming van de Europese
asielrichtlijnen. Eiser heeft niet met documenten aannemelijk gemaakt dat daarvan in het geval van Spanje niet kan worden uitgegaan.
3. Verder heeft verweerder voldoende gemotiveerd uiteengezet dat eisers verklaringen geen aanleiding vormen voor twijfel of Spanje zijn internationale verplichtingen zal nakomen. Daarbij heeft verweerder terecht overwogen dat eiser bij de Spaanse autoriteiten dient te klagen indien hij van mening is dat zij hierin tekortschieten. De enkele omstandigheid dat eiser zegt dat hij in Spanje niet de middelen had om een advocaat in te schakelen of om op andere wijze zijn beklag te doen, leidt niet tot de conclusie dat eiser in Spanje niet kan klagen. Daarbij kan nog worden opgemerkt dat de Procedurerichtlijn niet verplicht tot kosteloze rechtsbijstand.
4. In hetgeen eiser heeft verklaard heeft verweerder redelijkerwijs geen aanleiding hoeven zien om te besluiten tot inhoudelijke behandeling van de asielmotieven.
5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2021 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.H. de Zeeuw, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR15715895

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.