Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] e.a., te [plaats] , verzoekers,
het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem, verweerder
[derde-partij] B.V., te [vestigingsplaats] .
Rechtbank Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem verleende een omgevingsvergunning voor de bouw van drie woningen, een brug, twee uitwegen en het ophogen van een kade op een locatie in Rijnsaterwoude. Verzoekers stelden beroep in tegen dit besluit en vroegen om een voorlopige voorziening.
Verzoekers voerden aan dat de bouw zou leiden tot een aanzienlijke vermindering van dag- en zonlicht op hun perceel, dat een uitweg op hun eigendom zou komen te liggen zonder hun toestemming, en dat de uitweg niet toegankelijk zou zijn voor hulpdiensten. Ook werd een procedurele fout aangevoerd vanwege het niet ontvangen van bericht over een watervergunning.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de bouwactiviteiten in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan en dat de afwijkingen alleen betrekking hadden op archeologische en waterstaatbelangen, waarbij de door verzoekers aangevoerde bezwaren niet relevant waren. Privaatrechtelijke bezwaren zoals het gebruik van het pad en de toegang voor hulpdiensten zijn geen weigeringsgrond voor de omgevingsvergunning. De watervergunning is een afzonderlijk besluit en werd niet in deze procedure beoordeeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.