Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam 1], eiser, en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
uit de bestreden besluiten niet blijkt dat verweerder de geestelijke gezondheidstoestand van eiseres heeft bezien tegen de achtergrond van de algemeen bekende informatie over de sociaal-maatschappelijke positie van psychiatrisch patiënten in Afghanistan. (…) De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat van eiseres op dit punt een verdere individualisering van de gestelde problemen mag worden verwacht. Voor zover verweerder erop wijst dat eiseres voor haar vertrek jarenlang zonder problemen in Kabul heeft kunnen wonen, wordt opgemerkt dat niet is gebleken dat eiseres destijds een vergelijkbaar psychisch toestandsbeeld vertoonde. Verweerder kan dan ook niet zonder nadere motivering concluderen dat de huidige, specifieke situatie van eiseres geen geringe individuele indicaties oplevert voor het aannemen van gegronde vrees voor vervolging, dan wel een reëel risico op ernstige schade.
social outcast’ te zullen moeten leven, geen geringe indicaties voor vluchtelingschap opleveren, omdat er geen verband is te leggen met de vervolgingsgronden uit het Vluchtelingenverdrag. Vaststaat daarbij dat eisers in Afghanistan nooit problemen hebben ondervonden vanwege hun etniciteit. Verder zijn personen met medische problematiek, ongeacht hun etniciteit, niet aangemerkt als risicogroep. Niet is gebleken dat eiseres of personen in haar omgeving eerder problemen hebben ondervonden in verband met medische problematiek.
social outcast’ zal worden gezien, is eerst in het aanvullend beroepschrift van 19 augustus 2020 onderbouwd. Eerder was er geen aanleiding om hierop in te gaan. Er is volgens verweerder dan ook geen sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit. De door eisers genoemde informatie van Vluchtelingenwerk van 13 augustus 2020 en de daarin genoemde EASO [2] -Richtlijnen van 19 juni 2019 en richtlijnen van de UNHCR [3] over Afghanistan van 30 augustus 2018 is naar de mening van verweerder vrij algemeen en weinig concreet, waarbij de (cijfermatige) onderbouwing van de bevindingen en conclusies in de rapporten niet duidelijk is. Hieruit valt volgens verweerder niet af te leiden dat personen met medische problemen per definitie te vrezen hebben voor vervolging. Ter voldoening aan de uitspraak van de rechtbank heeft verweerder daarnaast aanvullend onderzoek gedaan naar de veiligheidssituatie en sociaal-maatschappelijke positie van personen met psychische aandoeningen. Verweerder stelt allereerst onder verwijzing naar het beleid in paragraaf C7/2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 en het Algemeen ambtsbericht over Afghanistan van maart 2019 dat niet is gebleken dat personen met een (psychisch)medische achtergrond in het bijzonder hebben te vrezen voor problemen in Afghanistan. Verder is niet veel informatie over dit onderwerp te vinden. en Andere gevonden bronnen wijzen evenmin op dusdanige concrete en zwaarwegende problemen voor mensen met psychische problemen in Afghanistan dat zou moeten worden gesproken van vervolging of een reëel risico op schending van artikel 3 van Pro het EVRM [4] . Verweerder verwijst hierbij naar (publicaties over) rapporten van de Afghaanse mensenrechtencommissie AIHRC [5] met informatie over
persons with disability [6] en het landenrapport van EASO
Afghanistan: Key socio-economic indicatorsuit augustus 2020. Verweerder heeft geen informatie gevonden die onderbouwt dat juist Hazara met (en wegens) hun psychische klachten problemen ondervinden.
outcastdoor haar omgeving omdat haar psychische gezondheidstoestand een straf zou zijn voor begane zonden. Van belang hierbij is dat niet is gebleken van geloofwaardig geachte problemen met de familie of directe omgeving van eiseres. Verweerder was dan ook niet gehouden om eiseres hierover te horen. Verweerder heeft verder kunnen wijzen op de aanwezigheid van psychiatrische zorg in Kabul, zoals eerder is vastgesteld in het kader van de toepassing van artikel 64 van Pro de Vw, en op het feit dat eiseres begeleid wordt door haar gezonde echtgenoot.
Beslissing
www.rechtspraak.nl.