ECLI:NL:RBDHA:2021:7545
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot dwangakkoord ondanks weigering enkele schuldeisers
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van een schuldenaar tot het bevelen van schuldeisers om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling (dwangakkoord) onder artikel 287a Fw. De schuldenaar had een schuld van circa €175.720,78 bij 24 schuldeisers, waarvan drie schuldeisers weigering toonden, waaronder LAVG met een kleine vordering. De meerderheid van de schuldeisers stemde in met het akkoord.
De schuldenaar gaf een uitgebreide toelichting, ondersteund door medische en UWV-documenten, waaruit bleek dat hij door een ernstige blessure en ziektewetuitkering niet in staat was om meer te betalen. De rechtbank oordeelde dat het voorstel het maximaal haalbare was. De verweren van LAVG, waaronder het betoog dat de schuld te kwader trouw was ontstaan en dat sommige schulden mogelijk verjaard waren, werden verworpen. De rechtbank stelde dat verjaring niet ambtshalve wordt toegepast en dat de schulden nog afdwingbaar zijn zolang de schuldenaar zich niet op verjaring beroept.
Mondzorgpraktijk Leidschendam en Autobedrijf Jan van der Linden gaven geen verweer. De rechtbank vond het belang van de schuldenaar en de meerderheid van de schuldeisers zwaarder wegen dan het belang van de weigerende schuldeisers. Het verzoek tot dwangakkoord werd toegewezen en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen omdat het verzoek tot dwangakkoord reeds in het voordeel van de schuldenaar was beslist.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen ondanks weigering van enkele schuldeisers; verzoek tot wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.