ECLI:NL:RBDHA:2021:7624
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bijstand ten onrechte ingetrokken na opschorting door betrekken late informatie
Eiser ontving sinds november 2017 bijstand. Na een heronderzoek heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk het recht op bijstand van eiser opgeschort en vervolgens ingetrokken wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde stukken.
Verweerder baseerde de intrekking mede op informatie die na de opschortingstermijn was verstrekt, wat volgens de rechtbank niet toelaatbaar is. Daarnaast was de herkomst van contante stortingen op de bankrekening van eiser niet voldoende onderbouwd, maar deze betroffen een periode buiten de intrekkingsperiode.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft aangetoond dat het recht op bijstand in de te beoordelen periode niet kan worden vastgesteld. Hierdoor is de intrekking en terugvordering niet zorgvuldig gemotiveerd en strijdig met de Awb.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor zover het de intrekking en terugvordering betreft, en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand wordt vernietigd.