ECLI:NL:CRVB:2018:2639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.T.H. Zimmerman
- E.C.G. Okhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet overleggen gevraagde bankafschriften
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Helmond verzocht appellant om bankafschriften over de periode 1 maart 2015 tot en met 23 juni 2015, maar appellant voldeed hier niet aan. Het college schortte de bijstand op en trok deze later in wegens het niet naleven van de inlichtingenplicht.
Appellant maakte bezwaar en overhandigde alsnog deels gegevens, maar niet de gevraagde bankafschriften van de ING-betaalrekening over de gevraagde periode. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de bankrekening niet actief was en dat uit de beschikbare gegevens kon worden afgeleid dat het saldo negatief was, waardoor het recht op bijstand vastgesteld kon worden.
De Raad oordeelde dat de gegevens die appellant later overlegde niet betrekking hadden op de gevraagde periode en dat de financiële situatie daardoor onduidelijk bleef. Het college mocht de bijstand intrekken omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens het niet overleggen van de gevraagde bankafschriften, en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.