ECLI:NL:RBDHA:2021:7669
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op eerdere ingangsdatum Wajong-uitkering wegens ontbreken bijzonder geval
Eiseres, lijdend aan het Partieel Foetaal Alcohol Syndroom (PFAS), kreeg met ingang van 26 april 2018 een Wajong-uitkering toegekend. Zij stelde dat zij recht had op terugwerkende kracht tot haar 18e verjaardag, omdat zij door haar ziekte niet eerder in staat was de aanvraag te doen.
De rechtbank overwoog dat hoewel de ziekte van eiseres ernstig is en zij afhankelijk is van hulp, dit niet betekent dat zij niet eerder een uitkering had kunnen aanvragen. De verzekeringsarts stelde dat het ziektebeeld niet zodanig ernstig was dat het onmogelijk was eerder een aanvraag te doen, mede omdat eiseres eerder andere uitkeringen heeft aangevraagd.
De rechtbank concludeerde dat geen sprake is van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 3:29 lid 2 Wajong Pro, waarbij een eerdere ingangsdatum gerechtvaardigd zou zijn. Het feit dat eiseres niet eerder wist van haar rechten is onvoldoende. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de ingangsdatum van haar Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard.