Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2021, voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 21 september 2020, voor zover inhoudende (p. 11-22):
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 17 augustus 2020, voor zover inhoudende (p. 31-33):
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 7 september 2020, voor zover inhoudende (p. 4-10):
30 maart 2020tot en met
27 mei 2020te Nederland (elkens tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van hoeveelheden van een materiaal bevattende methamfetamine en/of cocaïne, zijnde methamfetamine en/of cocaïne (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
immers heeft verdachte:
cocaïne te koop aangeboden (aan [naam 2] en/of [naam 3]), en/of
onderhandeld over het uitvoeren van cocaïne naar Engeland (met [naam 4])
(en
)gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeftgetracht te verschaffen, immers heeft verdachte:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
- 47 van het Wetboek van Strafrecht;
- 10a van de Opiumwet.
8.De beslissing
18 (achttien) maanden;