De rechtbank Den Haag behandelde op 14 januari 2021 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlening van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van een cliënt met uitgebreide neurocognitieve stoornissen op basis van alcohol gerelateerde dementie. Cliënt verblijft in een verpleeghuis en verzet zich tegen de opname.
Tijdens de mondelinge behandeling werd toegelicht dat cliënt sinds opname vooruitgang heeft geboekt, maar nog steeds afhankelijk is van zorg en toezicht vanwege ernstige cognitieve beperkingen en een verhoogd valrisico. Het zorgplan, hoewel formeel verouderd, wordt geactualiseerd en de inhoud ervan wijzigt niet wezenlijk.
De rechtbank oordeelt dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen, gezien de ernst van de aandoening en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven. Vanwege het verlopen van de vorige machtiging kan geen machtiging voor een jaar worden verleend; de machtiging wordt daarom voor zes maanden toegekend.