Uitspraak
Beschikking op het op 17 juni 2019 ingekomen verzoekschrift van:
[X] ,
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Procedure
- de advocaat van verzoekster;
- mr. J.E.A. Pesch namens de IND.
Verzoek en onderbouwing
Standpunt van de IND
Standpunt van de officier van justitie
Feiten
Change of name certificateuit het
Registrar of Births, Deaths and Marriagesvan
Western Australiavan 21 december 2005, geregistreerd onder nummer [nr] /2005, is op voormelde datum de geslachtsnaam van verzoekster gewijzigd van ‘ [geslachtnaam bij geboorte] ’ in ‘ [huidige geslachtsnaam] ’.
Departement of Immigration and Citizenshipstaat vermeld dat de moeder van verzoekster op 26 juli 2012 een aanvraag heeft ingediend voor een
Resident Return Visa.
Departement of Immigration and Citizenshipis aan de moeder van verzoekster bevestigd dat de aanvraag voor de
Resident Return Visais ingetrokken en dat het visum op grond waarvan de moeder rechtmatig in Australië verbleef op 1 januari 2013 zou aflopen. Uiterlijk op deze datum diende de moeder van verzoekster, tenzij zij in de tussentijd een andere visum zou verkrijgen, Australië te verlaten.
Department of Human Servicesen heeft in juni 2018 tezamen met haar zus, [naam zus X] , een woning in Australië gehuurd.
Beoordeling
additional elements of dependence’of wel ‘
more than the normal emotional ties’tussen haar en moeder in Nederland, die voor het aannemen van beschermenswaardig gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM Pro noodzakelijk zijn (zie bijv. EHRM 17 februari 2009, Onur tegen het Verenigd Koninkrijk, ECLI:CE:ECHR:2009:0217JUD002731907 en EHRM 17 januari 2012. Kopf en Liberda tegen Oostenrijk, ECLI:CE:ECHR:2012:0017JUD000159806).
“Ik ben zeven en zeventig jaar geworden en ook al is mijn gezondheid best wel goed voor mijn leeftijd ondanks dat ik moeilijk kan zien of lopen kan ik echter niet zonder hulp en zeker niet om een hele terug reis te maken naar Nederland en om daar weer opnieuw te laten vestigen.”Uit dit samenstel van factoren volgt dat tussen verzoekster en haar moeder sprake is van een bijzondere afhankelijkheids-relatie, die in diepgang de gebruikelijke moeder-dochterband overstijgt en die haar oorsprong (mede) vindt in de uitzonderlijke omstandigheden waarin verzoekster is opgegroeid: verzoekster heeft haar jeugd doorgebracht in een woestijnachtig, desolaat en verontreinigd deel van Australië, waar haar vader in een asbestmijn werkte en verzoekster en haar tweelingzus – nadat hun vader het gezin had verlaten – op hun zestiende school moesten verlaten om te werken in een fabriek en het gezin van inkomen te voorzien.
Beslissing
mr. M.J. Alt-van Endt, rechters, bijgestaan door mr. L. Arreman-Mos als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 april 2021.