ECLI:NL:RBDHA:2021:7882
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken mvv-vrijstelling en geen verblijfsrecht op grond van EU-recht
Eisers, een vader en dochter van Nigeriaanse nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning regulier aan om bij hun gezin in Nederland te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat eisers niet beschikten over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling van het mvv-vereiste konden krijgen op grond van artikel 3.80 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Tevens kon geen verblijfsrecht worden ontleend aan artikel 8 EVRM Pro of het EU-recht, aangezien de referente, het familielid in Nederland, geen EU-nationaliteit heeft.
De rechtbank oordeelde dat eisers geen aanvraag voor toetsing aan het EU-recht hadden ingediend en dat de verblijfskaart van de referente geen zelfstandige verblijfsrechten aan eisers verleende. De rechtbank verwierp ook het beroep op het EU Handvest en de status van langdurig ingezetene. Daarnaast werd vastgesteld dat eiser niet onder de mvv-vrijstellingsgrond viel omdat zijn eerdere aanvraag was ingetrokken en de termijn van twee jaar was overschreden. Voor eiseres gold geen mvv-vrijstelling omdat zij haar hoofdverblijf buiten Nederland had verplaatst.
Ten aanzien van het gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM Pro concludeerde de rechtbank dat verweerder terecht een belangenafweging had gemaakt waarbij het gezinsleven niet zwaarder woog dan de belangen van de Nederlandse staat. Eisers hadden onvoldoende onderbouwd dat er sprake was van intensief gezinsleven of afhankelijkheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de aanvraag definitief af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning regulier wordt afgewezen.