ECLI:NL:RVS:2021:921
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- H. Troostwijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek op grond van tijdelijk verblijfsrecht Chavez-Vilchez
Bij besluit van 10 oktober 2018 wees de staatssecretaris het verzoek van appellante om het Nederlanderschap te verkrijgen af, omdat haar verblijfsrecht als familielid van een Unieburger (Chavez-Vilchez verblijfsrecht) een tijdelijk karakter heeft. Appellante, houder van de Ghanese nationaliteit en verblijvend bij haar minderjarige Nederlandse kind, betoogde dat dit verblijfsrecht niet als tijdelijk moet worden gezien en dat de Afdeling prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie moest stellen.
De Afdeling oordeelde dat het Chavez-Vilchez verblijfsrecht een afgeleid en tijdelijk verblijfsrecht is dat eindigt wanneer het kind meerderjarig wordt of niet langer afhankelijk is. De naturalisatieprocedure en verblijfsrechtelijke procedure zijn gescheiden, en de beoordeling van het verblijfsrecht behoort tot de nationale beoordelingsruimte. Prejudiciële vragen waren niet relevant voor de oplossing van het geschil.
Appellante stelde ook dat sprake was van nieuw beleid en dat de afwijzing in strijd was met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, maar kon dit niet aannemelijk maken. Verder faalden haar beroepen op strijd met artikel 8 en Pro 14 EVRM en artikel 7 en Pro 21 EU Handvest, omdat het Chavez-Vilchez verblijfsrecht geen eigen recht is, maar een afgeleid tijdelijk recht ter bescherming van de rechten van de Unieburger.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en wees het hoger beroep af, waarbij de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd vanwege het tijdelijke karakter van het Chavez-Vilchez verblijfsrecht.