ECLI:NL:RBDHA:2021:7906
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag uit Algerije als veilig land van herkomst
Eiser, een Algerijnse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland, stellende dat hij vanwege zijn politieke activiteiten in Algerije en Frankrijk bedreigd werd. Hij voerde aan dat hij online kritiek uitte en deelnam aan demonstraties, waarbij hij meerdere malen werd mishandeld door de politie.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat Algerije een veilig land van herkomst is en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk gevaar loopt. De rechtbank bevestigde dit oordeel, verwijzend naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die Algerije als veilig land erkenden.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn beweringen, waaronder tegenstrijdigheden in zijn verklaringen over bedreigingen en het ontbreken van ondersteunende documenten. Ook werd het ontbreken van aangifte bij de Algerijnse autoriteiten meegewogen.
Gelet op het rechtsvermoeden dat Algerije veilig is, en het ontbreken van overtuigend bewijs door eiser, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd conform de Vreemdelingenwet. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de Algerijnse asielzoeker wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn asielaanvraag bevestigd.