ECLI:NL:RBDHA:2021:807
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, diende op 13 oktober 2020 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot op 14 januari 2021 de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot overname bij Italië ingediend, waarop Italië niet tijdig reageerde, waardoor de verantwoordelijkheid bij Italië ligt vanaf 8 december 2020.
Eiser voerde aan dat de staatssecretaris onzorgvuldig onderzoek had gedaan en dat de opvangvoorzieningen in Italië niet voldoen aan internationale verplichtingen. Hij verwees naar rapporten uit 2020 en stelde dat de coronapandemie de overdracht bemoeilijkt. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet kan worden toegepast. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had eerder geoordeeld dat er geen structurele tekortkomingen zijn die een reëel risico op schending van mensenrechten opleveren.
De rechtbank concludeerde dat de uitbraak van het coronavirus slechts een tijdelijk beletsel is en dat dit de rechtmatigheid van het besluit niet aantast. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.