Bij besluit van 17 september 2020 verleende het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor het bouwen van 71 woningen aan de Fazantenlaan te Oostvoorne. Eisers maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden dat de vergunning de natuurwaarden van de nabijgelegen Natura 2000-gebieden Voornes Duin en Voordelta zou aantasten.
De rechtbank onderzocht of eisers voldoende belanghebbenden waren om beroep in te stellen. Gelet op de ligging van hun woning, ongeveer 400 meter van Voornes Duin en 2,5 kilometer van Voordelta, en het ontbreken van direct zicht op deze gebieden, concludeerde de rechtbank dat de Natura 2000-gebieden niet tot hun directe woon- en leefomgeving behoren. Hierdoor strekken de beschermingsnormen van de Wnb niet tot bescherming van hun belangen, zoals vereist door het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb.
Eisers voerden ook procedurele bezwaren aan en verwezen naar het Verdrag van Aarhus, maar de rechtbank oordeelde dat deze niet los kunnen worden gezien van het materiële beschermingsbereik van de Wnb. De rechtbank volgde de eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en zag geen reden om daarvan af te wijken.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 12 juli 2021.