ECLI:NL:RBDHA:2021:8141
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij aanvraag verblijfsdocument na vertrek naar Portugal
Eiseres, een Kaapverdische met verblijfwens bij haar zoon die Portugese nationaliteit bezit, diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument op grond van artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze aanvraag werd afgewezen omdat eiseres niet kon aantonen medisch afhankelijk te zijn van haar referent. Ook het bezwaar werd ongegrond verklaard.
Tijdens de procedure bleek dat de referent zich had uitgeschreven uit de Nederlandse basisregistratie en met eiseres naar Portugal was vertrokken. De Staatssecretaris stelde dat de EU-richtlijn niet meer van toepassing was en dat eiseres geen procesbelang meer had bij haar beroep. Eiseres voerde aan dat het vertrek tijdelijk was vanwege haar ziekte en dat een belangenafweging had moeten plaatsvinden.
De rechtbank oordeelde dat procesbelang ontbrak omdat het verblijf in Portugal niet tijdelijk of administratief was, en het declaratoire verblijfsrecht daardoor niet langer bestond. De door eiseres aangevoerde artikelen van de richtlijn en het Vreemdelingenbesluit waren niet van toepassing omdat zij geen verblijfskaart bezat bij vertrek. De rechtbank verwierp het verzoek om nader onderzoek en stelde dat het aan de rechtbank was om procesbelang te toetsen.
Gelet op het ontbreken van procesbelang verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en liet de overige beroepsgronden onbesproken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek naar Portugal.