ECLI:NL:RBDHA:2021:8249
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek op grond van ongeloofwaardigheid seksuele geaardheid en problemen in Gambia
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn homoseksuele geaardheid en de problemen die hij daardoor in Gambia ondervond. Verweerder wees het verzoek af vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van de verklaringen over zijn seksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen.
Tijdens de zitting werd onder meer een getuige gehoord en werden diverse bewijsstukken besproken, waaronder verklaringen van belangenorganisaties en foto’s. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser tegenstrijdig, summier en oppervlakkig waren, waardoor de seksuele geaardheid niet aannemelijk was gemaakt. Ook de overgelegde bewijsstukken konden dit niet compenseren.
Daarnaast werden de verklaringen over de problemen in Gambia als ongeloofwaardig beoordeeld, mede vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van actuele bedreigingen. De rechtbank concludeerde dat verweerder op goede gronden het asielverzoek heeft afgewezen en wees het beroep af.
De rechtbank zag geen aanleiding om eiser aanvullend te horen en veroordeelde verweerder niet tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag ongegrond wegens ongeloofwaardigheid van de seksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen.