Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige van 30 juli 2021 in de zaak tussen
[eiser] , wonend op de [buitenland] , eiser
de minister van Financiën, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Het beroep is ongegrond.
Rechtbank Den Haag
Eiser verzocht de minister van Financiën om zijn personalia te verwijderen uit het Register paspoortsignaleringen vanwege een betalingsachterstand van circa 13 miljoen euro. Dit verzoek werd op 1 maart 2019 afgewezen en het bezwaar daarop niet-ontvankelijk verklaard. Eiser stelde dat de vermelding in het register een besluit met rechtsgevolg is, omdat het verkrijgen van een paspoort hierdoor wordt belemmerd, en dat er geen effectief rechtsmiddel bestaat om dit aan te vechten.
De rechtbank oordeelde dat het afwijzen van het verzoek geen besluit met rechtsgevolg is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De vermelding in het register leidt niet rechtstreeks tot het weigeren van een paspoort; de burgemeester toetst de juistheid van de signalering bij de aanvraag van een nieuw paspoort. Daarnaast is de civiele rechter bevoegd voor de rechtmatigheid van de paspoortsignalering.
Verder wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af wegens termijnoverschrijding, omdat de vertraging niet binnen haar invloedssfeer lag en eiser zelf had verzocht om separaat behandelen van zaken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het verzoek tot verwijdering uit het register geen besluit met rechtsgevolg is.