ECLI:NL:RBDHA:2021:8296
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijf als verzorgende ouder op grond van arrest Chavez-Vilchez
Eiser, een Indiase vreemdeling, heeft een aanvraag ingediend voor verblijf in Nederland als verzorgende ouder van zijn minderjarige kind, op grond van het arrest Chavez-Vilchez. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser zijn identiteit, nationaliteit en familierechtelijke relatie met het kind onvoldoende heeft aangetoond. Daarnaast is niet gebleken dat eiser meer dan marginale opvoedingstaken verricht voor het kind, dat feitelijk door de moeder wordt verzorgd.
Eiser stelde dat hij wel aan de voorwaarden voldoet en overlegde diverse documenten, waaronder een DNA-onderzoek en verklaringen van betrokkenen. De rechtbank oordeelt echter dat deze stukken onvoldoende duidelijkheid bieden over de aard, duur en frequentie van de opvoedingstaken. Ook is niet aangetoond dat eiser financieel bijdraagt of met het kind samenwoont. De juridische vader heeft gezag en een ouderschapsplan met de moeder, zonder aanwijzingen van wijziging.
De rechtbank wijst het beroep af en oordeelt dat verweerder terecht heeft afgewezen. De stelling van eiser dat verweerder hem had moeten horen in bezwaar wordt verworpen, omdat op voorhand duidelijk was dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden. Het beroep op het arrest Chavez-Vilchez faalt omdat niet is voldaan aan de essentiële voorwaarde van meer dan marginale opvoedingstaken.
De rechtbank bepaalt dat verweerder geen proceskosten hoeft te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt meer dan marginale opvoedingstaken te verrichten voor het kind.