ECLI:NL:RVS:2023:858
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag document rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling heeft bij besluit van 3 februari 2020 een aanvraag ingediend voor een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar van de vreemdeling ongegrond. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten eveneens ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom is de uitspraak van de rechtbank terecht en op goede gronden genomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van J. Schipper-Spanninga op 3 maart 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.