De zaak betreft een geschil tussen Kappersakademie B.V. en een cursist over betaling van opleidingskosten na tussentijdse beëindiging van een opleidingsovereenkomst hairstylist. De cursist zegde de overeenkomst op vanwege privéomstandigheden en financiële problemen, maar betaalde niet het volledige cursusgeld.
De kantonrechter kwalificeert de overeenkomst als een overeenkomst van opdracht en onderzoekt of het annuleringsbeding onredelijk bezwarend is in het licht van Richtlijn 93/13 EEG. De cursist stelde dat zij eerder had opgezegd en dat zij slechts een beperkt bedrag hoefde te betalen, maar kon dit niet concreet onderbouwen.
De kantonrechter oordeelt dat het annuleringsbeding binnen de werkingssfeer van de Richtlijn valt en dat het beding de betaling van het volledige cursusgeld voorschrijft ondanks tussentijdse beëindiging. Gezien de verplichtingen van Kappersakademie en het niet kunnen opvullen van de opleidingsplaats, is niet zonder meer duidelijk dat het beding onredelijk is.
De kantonrechter verwijst de zaak naar de rol om Kappersakademie in de gelegenheid te stellen nadere stukken in te brengen over de gemaakte kosten en een redelijke vergoeding. Daarna kan de cursist reageren. De uitspraak wordt aangehouden voor verdere beslissing.