ECLI:NL:RBDHA:2021:8387
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen Dublinterugname naar Oostenrijk ondanks gezinsbanden in Nederland
Eiser, een Syrische asielzoeker, heeft op 17 maart 2021 een asielaanvraag ingediend in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling, na een verzoek tot terugname dat Oostenrijk heeft aanvaard.
Eiser betoogde dat Nederland verantwoordelijk is op grond van artikel 20, vijfde lid, van de Dublinverordening en verwees naar gezinsbanden met zijn moeder en minderjarige broertjes die in Nederland verblijven. Hij stelde dat bijzondere omstandigheden, zoals het verbroken gezin door oorlog, een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen beroep kan doen op hoofdstuk III-criteria van de Dublinverordening omdat de procedure in Oostenrijk was afgerond en de asielaanvraag daar was afgewezen. Ook waren er geen aanwijzingen dat Oostenrijk een verblijfsvergunning had verleend of ingetrokken. De gezinsbanden in Nederland vormden geen bijzondere individuele omstandigheden die een onverplichte behandeling in Nederland rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot terugname naar Oostenrijk wordt ongegrond verklaard.