ECLI:NL:RBDHA:2021:8486
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kennelijk ongegrond verklaard bezwaar tegen feitelijke overdracht aan Italië
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 11 juni 2019 een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht. Na diverse rechtsprocedures werd het besluit hierover onherroepelijk.
Eiser werd in januari 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld en overgedragen aan Italië, ondanks bezwaar en een verzoek om een voorlopige voorziening dat werd afgewezen. Verweerder verklaarde het bezwaar tegen de feitelijke overdracht kennelijk ongegrond.
De rechtbank beoordeelde het beroep op ontvankelijkheid en inhoudelijke gronden. Hoewel verweerder erkende dat een eerdere overweging in het bestreden besluit onjuist was, werd het beroep toch ongegrond verklaard omdat verweerder het bezwaar inhoudelijk had beoordeeld. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de overwegingen van de voorzieningenrechter had overgenomen en dat eiser geen nieuwe feiten had aangevoerd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot kennelijk ongegrondverklaring van zijn bezwaar tegen feitelijke overdracht is ongegrond verklaard.