Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 juli 2021 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer [nummer] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 23 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aan eiser verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot 31 december 2013. Ook zijn de aanvragen tot het verlengen van de geldigheidsduur van deze vergunning en tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen en is aan eiser niet ambtshalve een verblijfsvergunning regulier en geen uitstel van vertrek verleend. Verweerder heeft verder bepaald dat eiser Nederland onmiddellijk dient te verlaten en aan eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van tien jaren. Gedwongen uitzetting naar het land van herkomst blijft echter achterwege.
Overwegingen
Air Force Intelligencewordt ondervraagd. Deze persoon zag er zwaar mishandeld uit en zou kort daarna zijn geëxecuteerd. Ook wordt de media-coördinator van de [militie] aangehaald, die zou hebben gesproken over de executie van nog een ander lid van de
Air Force Intelligence, en daarbij zou hebben aangegeven dat het ging om een wraakactie. Verweerder heeft aanvullend nog verwezen naar enkele bronnen die deze informatie bevestigen. Verweerder heeft zich hiermee naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de [militie] in verband kan worden gebracht met oorlogsmisdrijven. Eisers stelling dat de [militie] niet zou zijn betrokken bij dergelijke misdrijven mist elke onderbouwing en is daarom onvoldoende om tot een ander oordeel te komen.
knowing participationten aanzien van door de [militie] gepleegde mensenrechtenschendingen. Eiser betwist verder niet dat hij op de hoogte was van het terroristisch gedachtegoed en het handelen van IS, zodat verweerder zich ook daar niet ten onrechte op het standpunt stelt dat sprake is van
knowing participation.
personal participationbij de vreemdeling in tenminste één van de volgende situaties:
personal participationvan eiser bij het plegen van oorlogsmisdrijven door de [militie] aan eiser tegenwerpt dat hij deze heeft gefaciliteerd. Ook stelt de rechtbank vast dat verweerder ten aanzien van de
personal participationvan eiser bij het maken van propaganda, het opruien en het verspreiden van het gedachtegoed van IS aan eiser tegenwerpt dat hij dit misdrijf zelf heeft gepleegd. De rechtbank zal hieronder afzonderlijk deze twee tegenwerpingen bespreken. Daarbij zal de rechtbank ingaan op bewijsmiddelen die verweerder hieraan ten grondslag heeft gelegd. Het gaat dan met name om de van sociale media afkomstige foto’s en teksten die verweerder in het voornemen heeft aangehaald en waarop de tegenwerpingen voor een belangrijk deel zijn gebaseerd. De rechtbank benadrukt daarbij dat de bewijsmaatstaf is of er ‘ernstige redenen’ zijn om te veronderstellen dat eiser verantwoordelijk gehouden kan worden voor deze misdrijven.
personal participationonderbouwen, volgt de rechtbank dit echter niet. Uit deze foto’s kan namelijk geen enkel verband worden gelegd met het oppakken, vasthouden, mishandelen en martelen van Shabiha en burgers.
personal participationvan eiser.
personal participationvan eiser ten aanzien van het martelen en doden van Shabiha of andere gevangenen.
personal participationvan eiser. Die betrokkenheid blijkt ook niet uit eisers verklaring in de zienswijze, zoals verweerder op pagina 5 van het bestreden besluit stelt. De tekst in de zienswijze die hierover gaat, luidt als volgt:
personal participationten aanzien van het martelen en executeren van Shabiha en andere gevangenen. Het eerste Facebookbericht op pagina 18 toont eiser slechts in een camouflagepak met een tekst die negatief is bedoeld richting de Syrische president Assad. Op de tweede foto op deze pagina is eiser te zien in een pick-upwagen met achterop een wapen. Eisers verklaring dat hij alleen in de auto zat voor de foto en dat hij niet eens kan autorijden, acht verweerder niet ten onrechte ongeloofwaardig. Met name omdat uit de YouTube-video’s op pagina 19 blijkt dat eiser wel degelijk kan autorijden. Eisers verklaring ter zitting, na daarmee te zijn geconfronteerd, dat deze video’s zijn bewerkt om te doen lijken dat hij daar een auto met wapens bestuurt, komt de rechtbank gekunsteld over en mist verder elke onderbouwing. Ondanks dat de rechtbank eisers verklaring over het niet kunnen autorijden niet volgt, heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat de tweede foto op pagina 18 als onderbouwing geldt voor
personal participation. Deze foto is namelijk niet gedateerd, zodat niet kan worden opgemaakt of deze is gemaakt vóór of nadat in Syrië sprake was van een intern gewapend conflict. [16] Bovendien blijkt hieruit evenmin dat eiser actief bij de strijd betrokken was en daarmee de marteling en executie van gevangenen zou hebben gefaciliteerd.
personal participation. In het voornemen is namelijk gesteld dat eiser daarmee de marteling en executie van Shabiha en burgers faciliteerde, [18] terwijl verweerder in het bestreden besluit overweegt dat de omstandigheid dat eiser “niet deel heeft genomen aan de daadwerkelijke strijd” niet afdoet aan zijn wezenlijke bijdrage aan deze misdrijven. [19] In het verweerschrift sluit verweerder echter weer aan bij het standpunt zoals ingenomen in het voornemen.
personal participationmet betrekking tot het oppakken, vasthouden, mishandelen en martelen van Shabiha en burgers, door het faciliteren van deze misdrijven.
Foreign Affairsvan 3 september 2014, [20] dat een dergelijk gebaar wordt gebruikt door IS-aanhangers als een teken van hun doel/strijd. Eiser ontkent dat dit een teken is dat (exclusief) voor IS geldt. Op de zitting stelt eiser dat het voor veel moslims simpelweg een teken is dat ze in god geloven.
Foreign Affairsis onvoldoende voor de conclusie dat dit gebaar exclusief wordt gebruikt door aanhangers van IS, dan wel dat eiser het gebaar op deze foto heeft bedoeld als promotie van IS. Daarbij is ook van belang dat eisers uitleg over dit gebaar als teken van geloof in (één) god de rechtbank niet onaannemelijk overkomt. Verweerder heeft verder geen concrete voorbeelden gegeven van beeldmateriaal dat eiser via zijn Facebookaccount zou hebben verspreid ter promotie van (de ideologie van) IS.
personal participationbij het plegen van oorlogsmisdrijven en ernstige niet-politieke misdrijven. De rechtbank is het met verweerder eens dat eiser veel vreemde, tegenstrijdige, ontwijkende en bagatelliserende verklaringen heeft afgelegd. Dat doet echter niet af aan de zware bewijslast en motiveringsplicht die op verweerder rust. Daarbij is van groot belang dat eiser een media-activist is, voor wie het delen van informatie via sociale media onderdeel is van zijn werkzaamheden. Wanneer verweerder meent dat dergelijke activiteiten moeten worden gezien als het faciliteren dan wel (mede)plegen van 1(F)-misdrijven, moet dat rusten op een zorgvuldige beoordeling en een nauwkeurige motivering. Voor die conclusie bieden de besproken berichten onvoldoende grondslag.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;