ECLI:NL:RVS:2017:2377
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- M.G.J. Parkins-de Vin
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag
De staatssecretaris wees de asielaanvraag van de vreemdeling af op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, omdat hij ernstige niet-politieke misdrijven zou hebben gepleegd. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering en beval een nieuwe beslissing. De staatssecretaris ging in hoger beroep, stellende dat het uitleveringsverzoek en de toetsing daarvan voldoende grondslag boden.
De Afdeling oordeelde dat het uitleveringsverzoek en de uitleveringsprocedure niet zonder meer voldoende bewijs vormen voor toepassing van artikel 1(F). De staatssecretaris had een eigen, deugdelijke beoordeling moeten verrichten, waarbij ook de bezwaren van de vreemdeling betrokken moesten worden. Dit onderzoek ontbrak, waardoor de motivering onvoldoende was.
Ook het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling faalde, onder meer omdat uitzetting tijdens het hoger beroep mogelijk was. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing op de aanvraag.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de vernietiging van de afwijzing van de asielaanvraag en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.