Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 26 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Overwegingen
Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd(hierna: de werkinstructie). Hoewel de werkinstructie voorschrijft dat de vreemdeling wordt bevraagd over een aantal vaste thema’s, waaronder het denkproces, wordt er geen vaste vragenlijst gehanteerd en is het uitgangspunt dat iedere vreemdeling uniek is. Volgens de werkinstructie moet het authentieke, individuele verhaal van de vreemdeling boven tafel komen en dient er rekening te worden gehouden met het referentiekader van de vreemdeling.
Ongekend onrechtvan de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag van 17 december 2020. Volgens eiseres heeft ook in het vreemdelingenrecht het strikt toepassen van beleid geresulteerd in het verlies van de menselijke maat. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Allereerst wijst de rechtbank erop dat de juridische positie van de vreemdeling die om asiel vraagt niet vergelijkbaar is met die van een ontvanger van toeslagen die zich geconfronteerd ziet met een terugvordering. Ook de beoordelingsruimte van verweerder is anders. Daarbij wijst de rechtbank op de verplichting van de beslissingsautoriteit om met de vreemdeling samen te werken bij het beoordelen van een asielaanvraag zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de Richtlijn 2011/95/EU (Kwalificatierichtlijn) en op wat hiervoor onder 6. is overwogen over de ruimte binnen de werkinstructie.