Eiser, een Ghanees, vroeg asiel aan in Nederland vanwege zijn homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende vervolging in Ghana. Hij stelde dat hij vanwege zijn geaardheid en de dood van zijn partner het land ontvlucht was. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat hij de homoseksuele geaardheid en de omstandigheden van vertrek niet geloofwaardig achtte.
De rechtbank oordeelde dat eiser tegenstrijdige en oppervlakkige verklaringen gaf over zijn seksuele identiteit en relaties. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij homoseksueel is en dat hij vanwege die geaardheid vervolging ondervond. Ook het niet inzetten van een registertolk bij een gehoor werd als gebrek gepasseerd omdat dit de belangen van eiser niet schaadde.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het beroep ongegrond heeft verklaard en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser. Het hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.