Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 juli 2021 in de zaak tussen
Aqua Look B.V., te Delftgauw, eiseres
de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Eichhornia crassipes).
Rechtbank Den Haag
Eiseres exploiteert een kwekerij en groothandel in aquarium- en vijverplanten en verzocht ontheffing voor het houden, kweken en verhandelen van waterhyacint, die op de Unielijst van invasieve uitheemse soorten is geplaatst. Verweerder weigerde deze ontheffing omdat geen sprake is van een uitzonderlijk dwingend algemeen belang.
Eiseres stelde dat de plaatsing van de waterhyacint op de Unielijst onrechtmatig is omdat de risicobeoordeling niet voldeed aan de wettelijke criteria en verzocht prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. De rechtbank oordeelde dat de plaatsing niet kennelijk onrechtmatig is, de gebruikte risicobeoordeling wetenschappelijk voldoende onderbouwd is en dat de Commissie binnen haar beoordelingsbevoegdheid bleef.
Verder stelde eiseres dat de weigering ontheffing onterecht was omdat het kweken en verhandelen aanzienlijke maatschappelijke en economische voordelen oplevert. De rechtbank vond dat verweerder terecht geen ontheffing verleende omdat geen dwingend algemeen belang was aangetoond en een persoonlijk economisch belang daartoe niet volstaat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van ontheffing voor het houden van waterhyacint wordt ongegrond verklaard.