Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende vreemdeling, kreeg op 21 juli 2021 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij voerde aan dat hij rechtmatig verblijf had in Cyprus op basis van een verblijfsvergunning in zijn Syrisch paspoort en gegevens uit het Eurodac-systeem, en dat de maatregel daarom onrechtmatig was.
De staatssecretaris betwistte dit en stelde dat het paspoort slechts aangaf dat het was afgegeven door de Syrische ambassade in Nicosia, maar geen verblijfsvergunning voor Cyprus bevatte. De rechtbank oordeelde dat niet was gebleken dat eiser internationale bescherming in Cyprus genoot en dat de staatssecretaris een redelijke termijn had om onderzoek te doen naar de verblijfstatus en asielaanvraag van eiser.
De rechtbank volgde de staatssecretaris en vond dat de vrijheidsontnemende maatregel niet onrechtmatig was opgelegd. Omdat de maatregel inmiddels was opgeheven, werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.