ECLI:NL:RVS:2016:1452
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling grensprocedure asielverzoek en toepassing Procedurerichtlijn
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die een beroep tegen een vrijheidsontnemende maatregel in de grensprocedure ongegrond verklaarde en een verzoek om schadevergoeding afwees.
De centrale rechtsvraag was of de grensprocedure voor asielverzoeken aan de buitengrens zonder voorafgaande beoordeling of het verzoek zich leent voor afdoening in die procedure in overeenstemming is met Richtlijn 2013/32/EU (de Procedurerichtlijn).
De Afdeling overwoog dat de lidstaten krachtens artikel 43 van Pro de Procedurerichtlijn procedures mogen invoeren om aan de grens of in transitzones beslissingen te nemen over de ontvankelijkheid of de inhoud van asielverzoeken. De lijst in artikel 31, achtste lid, van de richtlijn is indicatief en niet limitatief. Er is geen verplichting om vooraf te toetsen of het verzoek zich leent voor afdoening in de grensprocedure. Wel moeten de lidstaten een redelijke termijn krijgen voor onderzoek en moet de vreemdeling worden gehoord.
De klacht dat de staatssecretaris pas na zes dagen met onderzoek begon, werd niet in deze procedure behandeld. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.