Eiseres, met klachten aan het bewegingsapparaat en de diagnose MS sinds 2019, vroeg om een traplift als maatwerkvoorziening op grond van de Wmo. Verweerder wees dit af omdat eiseres in 2018 verhuisde naar een woning met een trap, ondanks haar beperkingen en zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het college, zoals vereist volgens de Verordening maatschappelijke ondersteuning.
De rechtbank overwoog dat eiseres onvoldoende rekening heeft gehouden met haar beperkingen en de mogelijke verslechtering daarvan bij haar verhuizing. Hoewel de MS-diagnose pas na de verhuizing werd gesteld, waren er al klachten en beperkingen aanwezig die traplopen bemoeilijkten. Het advies uit 2014 om te zoeken naar een gelijkvloerse woning was niet doorslaggevend, omdat eiseres ook zonder dit advies had moeten anticiperen op haar situatie.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de trapliftvoorziening heeft geweigerd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.