ECLI:NL:RBDHA:2021:884
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod wegens ernstige bedreiging openbare orde
Eiser, van Ugandese nationaliteit, verblijft sinds 2001 in Nederland en heeft meerdere keren een verblijfsvergunning gehad. Na een onherroepelijke veroordeling in 2017 wegens een drugsdelict heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zijn verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot die datum en een inreisverbod van tien jaar opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat eiser een werkelijke, actuele en ernstige bedreiging vormt voor de Nederlandse samenleving. Dit oordeel is gebaseerd op de aard en ernst van de strafbare feiten, het recidivegevaar en het gebrek aan inzicht van eiser in de gevolgen van zijn handelen.
Eiser stelde dat de intrekking en het inreisverbod in strijd zijn met artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn gezins- en privéleven in Nederland. De rechtbank concludeert dat er geen beschermenswaardig gezinsleven bestaat met zijn partner en dat de omgang met zijn kinderen beperkt is en onvoldoende onderbouwd. De inmenging in zijn gezins- en privéleven is daarom gerechtvaardigd en proportioneel.
De rechtbank weegt het belang van de Nederlandse samenleving zwaarder dan dat van eiser en verklaart het beroep ongegrond. Daarnaast veroordeelt zij de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het opleggen van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.