ECLI:NL:RBDHA:2021:8910
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende bewijs slachtofferstatus
Eiser diende een aanvraag in voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven naar aanleiding van een vermeende mishandeling en bedreiging op 14 augustus 2019. Verweerder wees de aanvraag af omdat het niet aannemelijk was gemaakt dat eiser slachtoffer was van een opzettelijk geweldsmisdrijf.
De kern van het geschil betrof de betrouwbaarheid van bewijsstukken, waaronder een filmpje dat op 6 augustus 2019 was opgenomen, waarop een gat in het gebit van eiser zichtbaar was. Dit was vóór de datum van het vermeende geweldsincident, waardoor twijfel ontstond over de oorzaak van het letsel. De medische stukken gaven geen duidelijkheid over het moment en de oorzaak van het tandverlies.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser en zijn vriend niet overtuigden en tegenstrijdig waren met die van de huisgenoot, die het filmpje toonde. Hierdoor was onvoldoende aannemelijk dat het geweldsincident had plaatsgevonden zoals gesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van slachtofferschap.