ECLI:NL:RBDHA:2021:8912
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoeken wegens te vroeg ingediend verzoek en feitelijk verblijf
Eisers hebben verzoeken om naturalisatie ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zijn afgewezen omdat zij niet voldeden aan de eis van drie jaar hoofdverblijf voorafgaand aan het verzoek. Hoewel eisers vanaf 1 juni 2016 een verblijfsvergunning hadden, zijn zij feitelijk pas op 13 juli 2016 Nederland binnengekomen. De rechtbank oordeelt dat het begrip hoofdverblijf moet worden uitgelegd als de feitelijke woonplaats, die pas vanaf 13 juli 2016 in Nederland was.
Eisers betoogden dat het centrum van hun bestaan al in Nederland lag en dat zij aan de voorwaarden voldeden, maar de rechtbank vindt geen grond voor deze interpretatie. Daarnaast is geoordeeld dat de betaalde leges niet hoeven te worden terugbetaald, omdat de gemeente slechts een adviserende rol heeft en verweerder gemotiveerd van het gemeentelijk advies mocht afwijken.
Het beroep van eisers is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn en griffier G.A. Verhoeven op 17 augustus 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de naturalisatieverzoeken wordt ongegrond verklaard.