Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
- haar voertuig niet voldoende onder controle gehouden en/of (vervolgens/daarbij)
- niet zoveel mogelijk rechts gehouden en/of (vervolgens/daarbij)
- een (dubbele) doorgetrokken streep overschreden en/of (vervolgens/daarbij)
- gereden op het gedeelte van de rijbaan dat bestemd is voor tegemoetkomend verkeer en/of (vervolgens/daarbij)
- op het weggedeelte bestemd voor het tegemoetkomend verkeer tegen een haar tegemoetkomende vrachtauto gebotst,
- haar voertuig niet voldoende onder controle gehouden en/of (vervolgens/daarbij)
- niet zoveel mogelijk rechts gehouden en/of (vervolgens/daarbij)
- een (dubbele) doorgetrokken streep overschreden en/of (vervolgens/daarbij)
- gereden op het gedeelte van de rijbaan dat bestemd is voor tegemoetkomend verkeer en/of (vervolgens/daarbij)
- op het weggedeelte bestemd voor het tegemoetkomend verkeer tegen een haar tegemoetkomende vrachtauto gebotst,
3.De bewijsbeslissing
mogelijkde controle over zijn voertuig is verloren door de schade die hieraan is ontstaan door de botsing met de auto van de verdachte, maar of dit daadwerkelijk zo was, is niet gebleken, omdat nader onderzoek niet meer mogelijk was. Dit klemt temeer nu uit de verklaring van [slachtoffer 1] blijkt dat hij, zoals hierboven weergegeven, heeft verklaard de vrachtwagen weer naar links te hebben
gestuurd.
- haar voertuig niet voldoende onder controle gehouden en
- niet zoveel mogelijk rechts gehouden en
- een dubbele doorgetrokken streep overschreden en vervolgens
- gereden op het gedeelte van de rijbaan dat bestemd is voor tegemoetkomend verkeer en vervolgens
- op het weggedeelte bestemd voor het tegemoetkomend verkeer tegen een haar tegemoetkomende vrachtauto gebotst,
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
.De rechtbank ziet daarbij geen aanleiding om voor verkeersfouten als deze, waarvan de verdachte zich zeer schuldbewust is en waarna bijna twee jaren zijn verstreken, een onvoorwaardelijke straf op te leggen. Wel zal de rechtbank, om de ernst van het feit te benadrukken en de verdachte ervan te doordringen dat zij zich in de toekomst niet meer laat afleiden in het verkeer, aan de verdachte een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 40 uur subsidiair 20 dagen hechtenis en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor een periode van zes maanden, beide met een proeftijd van twee jaren, opleggen.
7.De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
40 (veertig) uren;
6 (zes) maanden;