ECLI:NL:RBDHA:2021:8958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na tegemoetkomen bestuursorgaan in dwangsombesluit asielaanvraag
Verzoeker diende op 5 september 2019 een asielaanvraag in. Na het niet tijdig beslissen op deze aanvraag stelde verzoeker beroep in. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en legde een dwangsom op aan verweerder. Verweerder besloot de aanvraag op 5 november 2020 in te willigen, maar nam geen beslissing over de verbeurde dwangsommen. Verzoeker stelde hiertegen beroep in, dat werd ingetrokken nadat verweerder op 13 januari 2021 alsnog de dwangsom vaststelde.
De rechtbank oordeelde dat het beroep terecht was ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing over de dwangsom, omdat artikel 4:19 Awb Pro dit omvat. Verweerder was volgens artikel 4:18 Awb Pro verplicht binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd was een besluit te nemen. Door alsnog vaststelling van de dwangsom kwam verweerder tegemoet aan verzoeker.
De rechtbank veroordeelde verweerder daarom in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 374,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker ter hoogte van € 374,- na het alsnog vaststellen van de bestuurlijke dwangsom.