ECLI:NL:RBDHA:2021:9014
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na niet tijdige betaling leges verblijfsvergunning
Verzoekster diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel grensoverschrijdende dienstverlening. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat de leges niet binnen de gestelde termijnen waren voldaan. Verzoekster betaalde de leges pas ruim een maand na het verstrijken van de laatste hersteltermijn en maakte bezwaar tegen het buiten behandeling stellen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder artikel 24, tweede lid van de Vreemdelingenwet 2000 correct had toegepast. Betaling na de gestelde termijnen leidt er niet toe dat de aanvraag alsnog in behandeling wordt genomen. Verzoekster was meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de leges te voldoen maar maakte hier geen gebruik van.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen sprake was van excessief formalisme en dat het bestreden besluit naar verwachting in bezwaar in stand zal blijven. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de leges niet binnen de gestelde termijnen zijn betaald.