ECLI:NL:RVS:2009:BH2036
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling buitenbehandelingstelling aanvraag verblijfsvergunning wegens niet betalen leges
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank over de buitenbehandelingstelling van een aanvraag verblijfsvergunning vanwege het niet betalen van leges. De vreemdeling had de leges niet voldaan binnen de door de staatssecretaris gestelde termijn, noch tijdens de bezwaarprocedure.
De Raad van State overweegt dat artikel 24, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 een dwingende verplichting oplegt aan de staatssecretaris om een aanvraag buiten behandeling te stellen indien de leges niet worden betaald. Dit wijkt af van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarin sprake is van een bevoegdheid, maar hier is sprake van een verplichting.
De Raad stelt vast dat het alsnog betalen van leges in de bezwaarfase het besluit tot buitenbehandelingstelling niet ongedaan maakt. De vreemdeling kon niet aantonen dat zij niet over de financiële middelen beschikte conform de vereisten van de Vreemdelingencirculaire. Ook werd het beroep op artikel 8 EVRM Pro verworpen omdat de nationale procedurevoorschriften gerespecteerd zijn.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De staatssecretaris handelde correct door het bezwaar ongegrond te verklaren en de aanvraag buiten behandeling te stellen.
Uitkomst: De aanvraag verblijfsvergunning wordt buiten behandeling gesteld wegens niet tijdig betalen van leges; het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.